Boek Preview

Samenvatting

De roman ”Anna, de illusionist en de goochelaar” vertelt het aangrijpende verhaal van de jonge naïeve Arianne Wieringa, die open en vol verwachting gelooft in de goedheid van haar medemens en opkijkt naar de autoriteit buiten zichzelf. Na een voor haar ogenschijnlijk rustige scheiding van de manipulatieve Gerry wordt zij opnieuw verliefd en mondt de scheiding alsnog uit in een strijdtoneel met als inzet haar dochters Anna en Eef.
Gerry laat geen middel onbenut om een wig te drijven tussen Arianne en haar kinderen. Een gevecht om de beide meisjes met als derde partij de hulpverlenende instanties is het bittere gevolg. In haar zoektocht naar het hart raakt Arianne verzeild in allerlei situaties waarin zij een voor haar onbekende wereld betreedt. Er ontvouwt zich een verhaal dat in het verloop dramatische gevolgen heeft.
De ik-vorm tegenwoordige tijd waarin het boek geschreven is laat je op onnavolgbare wijze meeleven met het hoofdpersonage.
Het boek heeft een spirituele inslag en de schrijver deelt diep psychologische inzichten met de lezer.Dit waargebeurde verhaal is een gecomprimeerde versie van de werkelijkheid en speelt zich af tussen 1987 en 2008 in Nederland. Alle namen zijn fictief weergegeven, iedere vergelijking met bestaande personen berust op toeval

 

 

Hoofdstuk 1 Ochtendgloren.

Het is stil op de weg, de eerste zonnestralen strelen de slapende wereld. Nog geen enkele gedachte heeft deze dag gekleurd.

Arthur stuurt behendig de auto het reusachtige grijze parkeerterrein op, waar deze met eem schokje tot stilstand komt.

Met tegenzin maak ik mij los uit mijn geruststellende cocon.

‘Je bent er, schat.’

Groot en grijs staart het naar me, een betonnen blok met hoge smalle ramen, koud afstekend tegen de helderblauwe ochtendhemel.

De opkomende zon lijkt een poging te ondernemen om de koele ijsberg te ontdooien. Een onbestemd gevoel in mijn buik verraadt dat ik me laat imponeren.

Gronden, aarden, schiet het door me heen.
‘Mam, we zijn er,’ klinkt het zacht.
Er is geen weg meer terug. Het portier kraakt, mijn voeten raken de door de ochtenddauw beslagen tegels. Een gevoel van kracht en liefde stroomt door mijn aderen en doortrekt mijn wezen, gedachten schuiven naar de achtergrond. IK ben! Eef loopt voor mij uit.
‘Kom mam, we moeten daar de draaideur door,’ wijst ze.
Er is geen mens te bekennen, lange lege gangen.
‘Nou, geen welkomstcomité, we zullen onze weg zelf moeten vinden Eef,’ zeg ik met een knipoog.
Ik ben blij en dankbaar met de voortvarendheid van Eef. Ik kijk naar haar gespannen gezicht waarin de heldere groene ogen met een open blik de wereld inkijken. Haar bruine haar valt als een glanzende waterval langs haar knappe gezicht. Het geeft me een warm en vertrouwd gevoel om hier samen te lopen in deze wonderlijke wereld. Rechts van het midden in de grote hal is een verlaten koffiehoek waar de geur van oude koffie en vaak opgewarmde saucijzenbroodjes hangt. Een rilling gaat over mijn rug.
‘Kijk mam, hier staan borden.’
Eef wijst naar een paal met aanwijsborden bij een splitsing van reusachtige wegen. Een opkomend gevoel van opstandigheid druk ik vakkundig weer snel de kop in.
‘Dit kunnen we nu niet gebruiken Arianne,’ grinnik ik zacht.

Terwijl Eef aandachtig de borden bestudeert komt er vanuit onverwachte hoek een jonge slanke vrouw met blond krullend haar aanlopen.
‘Kan ik jullie misschien helpen?’, vraagt ze vriendelijk. Nadat wij haar summier onze missie hebben uitgelegd knikt ze begripsvol en zegt: ‘Volg mij maar.’
Energiek gaat zij ons voor. Met de zekerheid van iemand die weet wat zij doet leidt zij ons dwars door de lange gangen, waarna wij aankomen in een monsterlijke hal met liften, waarbij de fel gekleurde deuren nog enigszins voor een vrolijke noot zorgen.

‘U moet op de achtste verdieping zijn,’ zegt ze vriendelijk, ‘en dan gewoon de borden volgen, het kan niet missen.’ Haar warme lach straalt ons tegemoet en geeft me een gevoel van vertrouwen. Liefde is waar het om draait zingt het in mijn hart.

‘Heel veel sterkte vandaag,’ zegt ze nog en weg is ze weer, uit ons leven, haar licht verspreidend in het grote grijze gebouw.

De achtste verdieping is van een geheel andere orde. De lange gangen liggen er verlaten bij, zoals op de benedenverdieping, maar de verlatenheid geeft nu een gevoel van doodsheid. Zware klapdeuren met gepantserd glas geven een blik op een gang met aan weerszijden weer deuren. De klapdeuren zitten op slot. Ik kan me niet onttrekken aan een gevoel van het laatste oordeel. Snel schud ik deze gedachte van mij af.
‘Kom mam, daar is de receptie,’ zegt Eef nu toch enigszins timide.
Timide is nu niet echt het woord dat bij haar past, maar deze omgeving lijkt ook zijn weerslag te hebben op mijn spontane Eef.
Eef…, als een wonder lopen we hier nu samen.

De man in het hokje zit met zijn rug naar ons toe aan een bureau met een computer.

Op mijn beleefde druk op het belletje rechts naast de balie reageert hij niet. Na een poosje wachten probeer ik het maar eens met een vriendelijk goedemorgen, maar ook nu geen enkele reactie. Dan nog maar even wachten.
‘Hij zit denk ik midden in een ingewikkeld iets op de computer waar hij niet bij gestoord wenst te worden,’ fluister ik Eef in haar oor.

‘Ja dag,’ klaagt Eef, ‘ hij kan ons toch wel even te woord staan. Hij is toch van de receptie of zo!’

Dan maar wat luider op het belletje. Niets, geen enkele reactie. Ook een luider ‘goedemorgen’ mag niet baten. Op geen enkele manier blijkt dat hij onze aanwezigheid heeft opgemerkt, wat toch merkwaardig is gezien het feit dat hij zich slechts een tweetal meter van ons vandaan bevindt, weliswaar met een raam van gepantserd glas tussen ons in. Enigszins ongemakkelijk blijven we toch maar staan wachten.
‘Hallo, dit gaat toch nergens over,’ sist Eef geïrriteerd na een kwartier afwachten en ze begint te kloppen op het raam dat zich tussen ons en de ontoegankelijke man  bevindt. Maar ook op dit  luidere verzoek voor gehoor komt geen enkele reactie.
‘Zou hij doof zijn?’, grinnikt Eef.
‘Ik denk het,’ antwoord ik.

Na een twintigtal minuten komt er plotseling beweging in de zwijgende man met het blauwe shirt. Zonder een woord te zeggen en zonder ons aan te kijken staat hij op, plukt een zware sleutelbos van zijn broekriem en steekt iets wat lijkt op een Walkie Talkie in zijn rechter broekzak. Met duidelijke tegenzin loopt hij naar ons toe en opent met één van de rammelende sleutels de zware klapdeuren die ons gescheiden hielden van elkaar.
Met enige schroom stappen Eef en ik het onbekende binnen.

Met een luide knal valt de deur achter ons in het slot…

 

Auteur: Yria Meijer
Taal: Nederlands
Verschijningsdatum: november 2016
Eerste druk
ISBN13: 9789492247582
Categorieën: Literaire non-fictie
Te reserveren
Verschijningsvorm
Paperback

Waar kan ik mijn exemplaar bestellen?

]e kan o.v.m. het ISBN-nummer het boek bij je lokale boekenwinkel bestellen.

Tevens is het nu bij alle online boekenwinkels te reserveren!

​Kijk o.a. bij;

Bol_com-logo-300x177

eci

bruna